Contact
Zoeken in
naar

Voorwaarden voor verhuur

Inhoud

  1. Algemene bepalingen
  2. Een moestuinvereniging
  3. Ecologisch verantwoord
  4. Het gebruik van de tuin
  5. Tuingrens, slootkant en buren
  6. Bomen en struiken
  7. Tegengaan van ziektes
  8. Bouwwerken
  9. Gezamenlijke composthoop en takkenwal

Artikel 1. ALGEMENE BEPALINGEN

De eisen die de vereniging stelt aan ordentelijk en verantwoord tuinieren, ook betreffende het grotere geheel van het tuincomplex, zijn opgenomen in deze Voorwaarden voor Verhuur.

Artikel 2. EEN MOESTUINVERENIGING

We zijn, zoals vastgelegd in de Statuten, een moestuinvereniging. Onder ‘moes’ verstaan we het kweken van groenten, kruiden, bessen of fruit. De tuin dient voornamelijk als moestuin te worden benut, maar kan ook een nevenfunctie vervullen zoals bloementuin.

Artikel 3. ECOLOGISCH VERANTWOORD

Van de tuinders wordt verwacht dat ze ecologisch, biologisch, circulair en diervriendelijk te werk gaan. Dat betekent onder andere:

  1. Het toepassen van wisselteelt.
  2. Het groenafval verwerken door middel van een composthoop of -bak en het snoeihout met behulp van de door de vereniging beschikbaar gestelde hakselaar. Waar dat niet mogelijk of toegestaan is moeten leden tuinafval zelf afvoeren van het eiland.
  3. Alleen biologische bestrijding en biologische gewasbescherming is toegestaan, het gebruik van gifstoffen niet.
  4. Het gebruik van plastics moet zo veel mogelijk worden voorkomen.
  5. De tuinder dient biologisch verantwoorde meststoffen, pootaarde en tuinaarde te gebruiken.
  6. De tuinder respecteert de regelgeving met betrekking tot beschermde diersoorten.
  7. Het is de huurder verboden om vallen, klemmen, e.d. te plaatsen.

Artikel 4. HET GEBRUIK VAN DE TUIN

De huurder neemt de zorgplicht op zich voor het in huur gegeven perceel en verplicht zich al die dingen te doen en na te laten die de wet, deze overeenkomst, dan wel voorkomende situaties vragen.

Van de huurder wordt verlangd de tuin op orde te houden. Dat betekent onder andere:

  1. Het regelmatig verwijderen van onkruid - met name brandnetel, heermoes, haagwinde, zevenblad, riet, munt en kweekgras - zeker in de nabijheid van aangrenzende tuinen. Planten waarvan het zaad pluist of wegschiet en zich op buurtuinen kan uitzaaien, moeten tijdig worden verwijderd.
  2. Het waar nodig snoeien van bomen (zie artikel 6).
  3. Zorgdragen dat eventuele bouwwerken op de tuin in goede conditie verkeren, ook tijdens ongunstige weersomstandigheden (zie artikel 8).
  4. Een kritisch omgaan met rommel op de tuin, ook vanwege de overlast van ongedierte. Uitgangspunt is dat de hoeveelheid rommel zoveel mogelijk wordt beperkt.
  5. Goed onderhoud van vogelnetten, om insluiting van vogels en dieren te voorkomen. Na de oogst dienen vogelnetten te worden verwijderd.
  6. Geen gewassen verbouwen die aan medehuurders overlast bezorgen, zulks zo nodig door verhuurster te bepalen.
  7. Snoeihout kan desgewenst worden bewaard op de eigen tuin tot er tijdens de tuinbeurt een mogelijkheid is dit door de hakselaar of versnipperaar te halen.
  8. Geluidshinder veroorzakend gereedschap mag worden gebruikt voor zover dit geen overlast aan andere tuinders geeft. Hiervan is uitgezonderd het algemeen onderhoud aan het complex dat door het bestuur is georganiseerd.
  9. Het is de huurder verboden om vuilnis of tuinafval te dumpen op het tuincomplex, in de sloten, de rietkraag of windsingel, of in het buitengebied.
  10. Het is de huurder verboden om vuur aan te leggen, tuinafval, (bewerkt) hout of andere materialen te verbranden.
  11. Honden dienen aangelijnd te zijn.

Artikel 5. TUINGRENS, SLOOTKANT en BUREN

De huurder is verplicht de grenzen van zijn tuin met het tuinpad, zijn buren en aan de slootkant op orde te houden. Dit betekent voor de grens met het pad dat er 30 centimeter wordt vrijgehouden. Voor de grenzen met buren gaat het om 15 centimeter aan weerzijden, tenzij aangrenzende huurders in goed overleg tot een andere regeling komen.

Op de tuin aansluitende paden moeten vrij en intact worden gehouden.

De huurder dient de slootkant en de sloten zo goed mogelijk schoon te houden, riet en andere waterplanten te maaien en indien nodig te baggeren. De kolken dienen vrijgehouden te worden. Ingroei van riet op de tuin moet worden voorkomen.

Artikel 6. BOMEN EN STRUIKEN

Fruitbomen en bessenstruiken passen bij een moestuin, andere bomen en struiken mogen slechts in beperkte mate worden aangeplant. Bomen moeten steeds op een veilige manier door de tuinder zelf te snoeien zijn, hetgeen in de praktijk betekent dat ze niet meer dan enkele meters hoog kunnen zijn.

Fruitbomen moeten geënt zijn op een langzaam groeiende onderstam.

Bomen mogen geen schaduw werpen op aangrenzende tuinen, of het schonen van sloten of paden belemmeren. Dit laatste wordt geacht ongehinderd te kunnen plaatsvinden als minimaal de volgende stroken worden vrijgehouden:

  • 2 meter vanaf de slootkant;
  • 1 meter vanaf de kant bij het pad;
  • 1 meter vanaf aangrenzende tuinen.

Artikel 7. TEGENGAAN VAN ZIEKTES

Het afval van planten die gevoelig zijn voor ziektes en die kunnen verspreiden is niet geschikt voor de composthoop en dient te worden afgevoerd, zoals het loof van aardappels en tomaten alsmede de wortels en stronken van koolplanten.

Indien noodzakelijk zal het bestuur informeren over gewassen die gedurende een zekere periode niet mogen worden verbouwd.

Artikel 7.1 Aardappels

Aardappels zijn gevoelig voor de aardappelziekte, veroorzaakt door de schimmel phytophtora (fytoftora). Ter voorkoming van aardappelziekte mogen aardappels niet meer dan één keer in de drie jaar op dezelfde plaats worden geteeld.

Leden die aardappels verbouwen zijn verplicht een schema van hun tuin in te leveren waarop ze aangeven waar ze dat jaar, en waar mogelijk meteen al voor de volgende twee jaar, aardappels verbouwen. Ook de recente historie dient te worden vermeld.

Het bestuur ziet toe op volledige en juiste registratie van deze gegevens.

Artikel 7.2 Koolplanten

Koolplanten zijn gevoelig voor knolvoet. Om verspreiding van deze ziekte bij koolplanten tegen te gaan kan kool slechts één keer in de 5 à 6 jaar op dezelfde plaats worden geteeld.

Artikel 7.3 Bessenstruiken

De tuinder moet alert zijn op de rondknopmijt, vooral bij bessenstruiken, en aangetast hout afvoeren van het complex.

Artikel 8. BOUWWERKEN

Artikel 8.1. Bouwwerken zonder toestemming bestuur

Het is de huurder toegestaan op zijn perceel, ongeacht de grootte ervan, de volgende bouwwerken te plaatsen:

  • een gereedschapskist;
  • compostplaats (2 hopen/bakken), 2 meter van de sloot en verder conform artikel 4;
  • een koude bak;
  • pergola max 2 meter hoog (geen overkapping);
  • een verwijderbare foliekas met een oppervlakte van max. 6 m2, hoogte 200 cm.

Artikel 8.2. Bouwwerken met toestemming bestuur en vergunning gemeente

Alleen met toestemming van het bestuur en na afgifte van een vergunning door de gemeente Teylingen is plaatsing van een permanente kas mogelijk, met een oppervlak van max. 6,5 vierkante meter en een nokhoogte van maximaal 2,50 meter. De huurder dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het bestuur met een tekening van het bouwwerk en de gewenste plaats, alsmede een omschrijving. Na toestemming van het bestuur is de huurder gerechtigd een bouwvergunning aan te vragen bij de gemeente Teylingen. Plaatsing is alleen toegestaan als er een kopie van de bouwvergunning is afgegeven aan het bestuur.

Een tuinder kan op zijn tuin maximaal één verwijderbare foliekas óf vaste kas plaatsen.

Artikel 8.3. Overlast en veiligheid bouwwerken

In het tuinseizoen mogen bouwwerken geen schaduw werpen op of anderszins overlast geven aan aangrenzende tuinen. Bovendien moeten langs een permanente kas minimaal de volgende stroken worden vrijgehouden:

  • 2 meter vanaf de slootkant;
  • 1 meter vanaf de kant bij het pad;
  • 1 meter vanaf aangrenzende tuinen.

Alle bouwwerken moeten bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden en moeten in goede conditie zijn. Het bestuur is gerechtigd iedere bebouwing en/of voorziening die niet aan de regels voldoet te (doen) verwijderen, van welke verwijdering de kosten ten laste van de huurder komen, bij aanmaning onmiddellijk te voldoen.

Artikel 9. GEZAMENLIJKE COMPOSTHOOP EN TAKKENWAL

Op het gezamenlijke gedeelte van het complex is een centrale compostplaats ingericht en een takkenwal. Deze twee zijn alleen bestemd voor groenafval en takkenafval van het gezamenlijk terrein. Het is de huurder niet toegestaan op deze plaatsen eigen afval te deponeren.