Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar

Tips voor nieuwe tuiniers

Beste nieuwe tuinier op Koudenhoorn, welkom op ons complex!

Om te proberen het tuinieren op je nieuwe tuin zo plezierig mogelijk te maken hebben we een aantal tips bijeengebracht. Anders dan de Voorwaarden voor Verhuur zijn dit geen verplichtingen, maar suggesties om een tuin van het begin af aan zo handig mogelijk in te richten.

Heb je zelf suggesties om deze tips te verbeteren, geef die dan door aan het bestuur, zodat volgende beginnende tuiniers er hun voordeel mee kunnen doen.

Op ons complex

We moeten op Koudenhoorn onze tuin (en ook de opbrengst daarvan…) delen met de kleine dieren des velds. Onder de grond zijn dat vooral woelratten en veenmollen, boven de grond veldmuizen (en misschien een enkele keer een beschermde Noordse Woelmuis), enkele fazanten, soms een konijn, een enkele haas, duiven, kauwtjes, en natuurlijk allerlei kleinere dieren zoals slakken en allerlei insecten. Veel tuiniers proberen daar een beetje ontspannen mee om te gaan: een drastische inzet van bestrijdingsmiddelen wordt daarbij vaak niet op prijs gesteld.

Gaas (strak gespannen, om geen vogels te verstrikken), tijdelijke en beperkte afrasteringen, diverse afschrikmiddelen, verhoogde (en aan de onderkant met gaas afgedichte) bedden zijn veelgebruikte hulpmiddelen waarmee we op een diervriendelijke wijze al te fanatieke mee-eters proberen te ontmoedigen.

Verschillende soorten tuinen

Er zijn verschillende soorten tuinen mogelijk, die elk een andere aanpak vragen wat betreft inrichting en onderhoud.

Moestuinen: deze hebben een sterke nadruk op groente en fruit.

Siertuinen: deze hebben een accent op bloemen, vaste planten en struiken.

Boomgaarden: met een accent op fruitbomen.

Het is natuurlijk mogelijk om verschillende elementen te combineren.

Om een tuin in een acceptabele staat van onderhoud (dus dat het onkruid niet de overhand krijgt) te houden zijn voor elke soort tuin andere werkwijzen nodig.

Moestuin: Moestuingrond wordt jaarlijks meerdere malen bewerkt, waardoor hardnekkig onkruid makkelijk onder controle blijft.

Siertuin: Bedden met vaste planten die te weinig worden bewerkt krijgen snel last van wortelonkruid. Vaste planten vormen ook een steeds grotere kluit en kunnen de tuin overnemen als ze niet regelmatig verjongd worden.

Boomgaard: Bomen en struiken worden groot. Bomen die te groot worden, of die in slechte staat zijn, moeten verwijderd worden. Afzagen is gemakkelijk, maar de vereniging heeft niet de middelen om wortelstronken verwijderen.

Onkruid en onkruidbeheersing

Er zijn in grote lijnen drie soorten onkruid:

  • Eén- of tweejarig onkruid. Dit komt ieder jaar op uit zaad, en vormt binnen een of twee jaar (soms binnen enkele weken) zelf zaad, en sterft dan af of sterft af bij de eerste vorst. Voorbeelden: Vogelmuur, Knopkruid, Handjesgras, Moesdistel.
  • Overblijvend rozetonkruid. Dit vormt een bladrozet dat overwintert met een diepe verticale wortel, en vormt daaruit ieder jaar opnieuw bloemen en zaden. Voorbeelden: Grote weegbree, Paardenbloem.
  • Wortelonkruid, dat overwintert met diepe wortelstokken, die ieder jaar verder groeien. Voorbeelden: Zevenblad, Riet, Kweek, Haagwinde, Heermoes (paardestaart).

Om ieder soort onkruid een beetje onder de duim te houden zijn verschillende methodes van aanpak nodig. Chemische middelen proberen de meeste tuiniers zoveel mogelijk te beperken.

Eén of tweejarig onkruid kan goed worden bestreden met schoffelen.

Overblijvend rozetonkruid moet met rozet en wortel worden uitgestoken of -getrokken.

Wortelonkruid is moeilijk te bestrijden. De wortelstokken zitten vaak diep, en groeien snel weer bij. Uitputting door de bovengrondse delen regelmatig te verwijderen is de enige methode, helaas vaak niet snel erg effectief. Gelukkig is het dat bij Riet wel. Regelmatig afknippen van jonge Rietscheuten voorkomt veel ellende.

Inrichting van de tuin

Bij de inrichting van de tuin hoort ook de infrastructuur, dat wil zeggen, alle elementen van hout, glas, steen, metaal en plastic. Hou er bij de inrichting rekening mee dat alles op een gegeven moment ook weer opgeruimd moet worden, als het verslijt, of als je de tuin verlaat. Leg niets aan wat niet uiteindelijk weer kan worden weggehaald (bijv. diepe funderingen van palen of opstallen).

Een paar tips voor een gemakkelijk te onderhouden tuin:

Beperk het gebruik van tegels tot een paar hoofdpaden.

Leg bij de afscheiding tegen de buurtuin een geschoffeld pad van c. 30 cm aan. Door dit pad regelmatig schoon te houden voorkom je “ingroei” uit de buurtuin.

Hou er rekening mee dat moestuingrond gemakkelijker schoon is te houden dan ander grondgebruik.

Een goed onderhouden tuin vraag in veel gevallen 10-20 uur per week in het groeiseizoen.