Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar
Interview met Jan en Plonie van der Horst-Waayer
"Het allerfijnste is de vrijheid die ik voel op de tuin…"
Jan en Plonie zijn tuinders van het ‘eerste uur’, te weten 1985! ‘Ik heb de stukken mee afgemeten’, zegt Jan en ‘toen werd er echt niet op een paar centimeter gekeken’. Ze weten het nog heel goed: ‘De brug van Koudenhoorn werd geopend en er waren plannen om er voetbalvelden aan te leggen. Maar gelukkig waren er drie Warmonders die hebben gevochten voor de moestuinen. Vooral Zoetemelk, die werkte bij de gemeente, heeft zich enorm ingespannen. Maar ook van Leeuwen en Van Eggen hebben er veel voor gedaan. Plonie wilde graag een tuin en die heeft ze nog steeds.
‘Het was mijn tuin, zegt ze trots, ‘en Jan mag het opruim- en timmerwerk doen’. Nu doet hij ook het ‘kasje’ dat ze op de tuin hebben staan, waar vele soorten prachtige tomaten in groeien. Dat was vroeger wel heel anders. Je mocht zelfs geen bomen op je tuin hebben: het moest open blijven voor het uitzicht!
Koudenhoorn toen - 1986
1985: Koudenhoorn krijgt Moestuincomplex. In 1986 werd voor het eerst ‘getuind’.
‘Maar jammer genoeg was er ook veel leegstand toen en moesten we met de tuinders die er waren, ook de lege stukken bijhouden. Dat was een heleboel werk! Er was natuurlijk ook niet veel geld met zo weinig mensen. Ik weet nog heel goed dat we 10 jaar bestonden en toen kregen alle 30 tuinders een plantenbakje! Ik heb er heel wat rondgebracht’, zegt Plonie. ‘We hadden ook veel meer tuinbeurten dan nu en daar moest iedereen aan meedoen! En ‘ik heb 10 jaar lang de Warmoes in mijn eentje schoongemaakt, want er was niemand anders’. ‘Aan het eind van het seizoen hielden we altijd een BBQ. Dat was heel leuk.’
Koudenhoorn nu: ‘We zien veel te veel rommel!’
‘Als ik langs ons tuinencomplex fiets, dan denk ik: ‘Wat een rommel!’. Allemaal plastic, mensen die hun rommel niet opruimen. De aanblik moet beter! Wij ergeren ons aan al die witte doeken over de bomen; niet alleen in het voorjaar: sommige hangen er het hele jaar. En dan die plastic stoelen, de buizen, dat geeft zo’n rommelig aanzicht’. ‘Ik zeg altijd: als mensen hun spullen mee kunnen nemen naar de tuin, kunnen ze het ook weer mee terugnemen’, zegt Jan. ‘Die container is een mooie service, maar zou eigenlijk niet moeten’.
Boven: Jan en Plonie bij hun huis.

Rechts: De bouwsels van Jan, die een enorme klusser is.
En de toekomst?
‘Ik zou me geen raad weten zonder de tuin. Ik snap niet wat andere mensen doen, zonder tuin. Als het eenmaal voorjaar is, krijg ik alweer de kriebels’, zegt Plonie met een lach.
‘Vroeger spitte ik alles alleen, maar nu helpt Jan ook mee. Het wordt toch minder, zegt Plonie. Ook Jan is altijd actief bij het complex betrokken: van het Vogelhuisje aan de Warmoes tot bijdragen aan de verbouwing en het nieuwe elektra. ‘Ja, je moet er zeker twee volle dagen in de week aan werken, anders wordt het niks. ‘Soms komen mensen enthousiast aan met de kinderen; maar echt het is veel werk dat vaak wordt onderschat’.
15 november 2019 - Trudy van Ommeren