Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar
Interview met Irene de Vet

Verschenen in de Warmoezenier van oktober 2004

 

Inmiddels zullen de trouwe lezers van deze rubriek wel benieuwd zijn naar de makers ervan. Daarom dit keer een interview met Irene de Vet, die overigens zelf genoeg te vertellen heeft, zoals u zult merken.

Waarom tuinier je?

In eerste instantie vanwege het mooi; dat is waarom ik ben gaan tuinieren. En de moestuin omdat ik me afvroeg hoe het zou zijn om mijn eigen groenten te verbouwen en te eten.

Het tuinieren is thuis begonnen. Daar ben ik begonnen met de tuin onderhouden, want eigenlijk deed niemand dat. Van lieverlee ging ik lezen: wat is dit voor een boom; hoe moet je dit snoeien. Ik ben er steeds fanatieker in geworden. Bijvoorbeeld: we hadden een naaktslakkenprobleem in de tuin. Dan lees je over slakkenvallen, gif en andere zaken waar ik absoluut niet voor voelde. Ik ging andere boeken lezen die andere oplossingen bieden, zoals rekening houden met de planten die je neerzet, welke dieren je in je tuin kan lokken. Eigenlijk hoe dat in de natuur gaat.

Je komt met lezen in zoveel stromingen terecht, dat beïnvloedt de manier van omgaan met dingen. Maar ook het tuinieren zelf, als je met je handen in de aarde werkt en met je hoofd tussen de bladeren zit kom je allerlei diertjes tegen, en je gaat ze bekijken hoe mooi ze zijn, kevertjes.... Slakken vind ik ook erg mooi, hoe ze bewegen.

En voor mij was de conclusie heel natuurlijk en heel snel. Ik heb geloof ik één keer in mijn leven Sprusit gespoten, op tuinbonen die zwart zagen van de luis. Dat was één keer en nooit meer. Wanneer je spuit, zie je ook allerlei andere diertjes in de omgeving van de tuinbonen die raar gaan doen, zoals bijen en hommels en lieveheersbeestjes. Die zie je dan ook kronkelen, bewegen en daarop reageren. Afschuwelijk, ik doe het gewoon niet. Voor mij uitgesloten.

En ik vind dat zelfs ook met brandnetelgier, want ik heb ook met brandnetelgier een tijdje gewerkt. Daar vind ik hetzelfde van, eigenlijk. Je maakt toch dieren dood.

Wat er overblijft is de uitdaging om toch nog je tuin voor elkaar te krijgen, of het nou om de bloemen of de groenten en het fruit gaat, zonder andere dieren daarvoor te doden. Of het nou insecten zijn, groot of klein, of zoogdieren, ik vind: zij horen daar ook.

En hoe doe je dat nu met de tuinbonen?

Die zet ik gewoon niet. Ik vind ze heel lekker, maar ik vind het ook eigenlijk te bewerkelijk. Ik kijk ook naar de windhoek waarop mijn tuin ligt, wat wil op dat stukje grond en alles wat daar invloed op heeft het goed doen en niet goed doen. Ik maak toch wel een beetje een praktische afweging elk jaar. Het is ook niet zo dat ik het niet overleef zonder tuinbonen namelijk.

Mijn moestuin maak ik aanlokkelijk voor allerlei dieren door bijvoorbeeld boompjes ook al mogen het alleen maar kleintjes zijn te planten, en wat struikjes. Als er maar hoog- en laagverschil is. Kleine vogeltjes komen al snel en zijn goede slakkeneters. Ook zeker planten die hommels, bijen en vlinders aanlokken. Hommels en bijen zijn heel handig voor de bestuiving van allerlei vruchtgewassen, vlinders zijn vooral leuk. Ik vind het ook wel leuk, al die wippende leliehaantjes.

Je ziet eigenlijk ook met de tijd en het weer het gedrag van de dieren weerspiegeld in het gedrag van de mensen. Op de eerste mooie lente- of zomerdagen zijn de mensen allemaal buiten en druk. Zeker de jonge mensen zijn zeer met elkaar bezig, met de andere sexe in ieder geval. En dat zie je in die dierenwereld ook, eigenlijk precies hetzelfde. Dat vind ik altijd erg leuk en opmerkelijk om te zien.

Aan welke voorwaarden moet voor jou een ideale moestuin voldoen?

De ideale moestuin heeft een bos- of struiklaag aan de windzijde, en een lage haag aan de oostzijde. Daar binnenin creëer je een klimaat waar je alle groenten en kruiden kunt kweken die je wilt kweken. En ik geloof absoluut in gemengde tuinen: groenten, bloemen, kruiden, fruit, niet alleen voor jezelf maar bijvoorbeeld ook voor de vogels. Want die komen dan ook op je tuin. Ook als jij er niet bent, in de herfst of in de winter, en die zoeken dan slakjes.

Met een composthoop houd je de kringloop in je tuin in stand. De compost circuleert ook weer in de tuin. Ik heb een snelle composthoop, dat is een composthoop waar ik alleen maar bladafval van welke aard dan ook op gooi, geen onkruidrijke dingen. Op een laagje bladafval komt een laagje koemest, daar gaat weer een laagje blad op, daarop een dun laagje kalk, dan weer blad en dan een laagje grond, enzovoort enzovoort. Die zet ik zon beetje april om, en in anderhalf jaar heb je bruikbare compost, vrijwel onkruidvrij. Ik dek het wel af in de winter. Bij voorkeur gooi ik onderin een laag stengels van bloemplanten voor de luchtigheid. Ik verhaksel niet alles heel fijn. Het is wel waar dat het dan langer duurt, maar je hebt er minder werk aan.

En mijn onkruidcomposthopen die zijn gewoon: hup wat er is gaat erop. Die kan je na twee of drie jaar gebruiken. Op een stuk grond in de moestuin waarvan je weet: daar moet ik veel schoffelen kan je het gewoon wat sneller gebruiken. Dan schoffel je het gewoon. Uiteindelijk als je grond beter wordt is die makkelijker te ontdoen van onkruid en makkelijker te bewerken. En met compost verbeter je de grond. Mijn composthoop zit altijd vol met padden en muizen en salamandertjes. Ik kies met omzetten het moment dat ze uit de winterslaap zijn, datzelfde geldt voor grondbewerking.

Met tuinieren kan je eindeloos blijven leren, dat houdt nooit op. Zeker als je geïnteresseerd bent in de hele samenhang van grond, lucht, bodem en dier.

Wat is je favoriete onkruid?

Ik moet zeggen riet en heermoes. Riet vooral omdat het heel onhandig is op een moestuin. Ik ben twee keer op een tuin begonnen waarbij het riet bijna tot het pad stond, en het duurt wel een paar jaar voordat je het weghebt. En je zit met een moestuin met wisselteelt, dus vroeg of laat moet je toch op het stuk waar veel riet op voorkomt. Door de opkomst en snelheid is riet bijna niet voor te wieden. En het perforeert helemaal je insectengaas (gebruik ik om koolplanten op te kweken), en insectengaas is niet goedkoop dus dat is bijzonder vervelend.

En heermoes, ja, daar heb ik eigenlijk iets dubbels mee. Met riet eigenlijk ook. Heermoes zie je vaak in bosjes staan langs wegen en dan is het totaal niet erg, maar in mijn moestuin is het gewoon ook lastig. Of ik schoffel of wied ligt een beetje aan de periode van het jaar. In de opkweektijd schoffel ik het liefst. Het ligt er ook aan hoe druk het is, en hoe de grond erbij ligt. Ik heb hele zware kleigrond dus daar kom je in een droge periode niet bij met uitsteken, dan breekt het gewoon af.

Ik denk dat ik het heermoes ook uiteindelijk grotendeels kwijt ga raken naarmate de structuur van mijn grond verbetert. En ik hoop ook de heermoes de baas te kunnen door niet meer te spitten. Wanneer je heel diep spit lijkt het wel of je de heermoeswortels die twee meter diep kunnen gaan een impuls geeft om weer te gaan groeien. Wanneer je alleen de nodige bovenlaag loshaalt krijg je op den duur minder onkruid. Elke keer als je grond beroert krijgt een zaad of een wortel een boodschap. Onbedekte grond raakt trouwens altijd weer begroeid. De aarde is gewoon voor ik weet niet hoeveel miljarden jaren ingezaaid.

Met zaaien en kweken gebruik ik de biologisch dynamische zaaikalender. Dat houdt in dat je met dalende maanbaan plant en zaait, dat is allemaal uitvoerig in de agenda aangegeven wanneer dat is. Ook verschillende gewassen plant en verzorg je op bepaalde dagen. Het is niet zo dat ik helemaal biodynamisch ben. Het maakt eigenlijk niet uit welke tuinrichting ik tegenkom, er is altijd iets waar ik op tegen ben, dat hoort bij mij denk ik. Teveel a mind of my own. Bij de biodynamici kom je bijvoorbeeld tegen dat je op bepaalde dagen insecten vangt en die verbrandt, of vallen zet voor mollen of muizen, dat is gewoon niet wat ik doe.

Wat vind je van het complex op zich, en de vereniging?

Ik vind de lokatie fantastisch voor tuinen in de Randstad, zonder autos. En ook het enorme insecten-, vogel- en zoogdieren leven is geweldig. Dat zijn allemaal prés waardoor ik het prettig vind.

Het complex is prima, misschien wat voor verbetering vatbaar. De vereniging is ook prima, wat zoekende. Ik had vroeger nooit gedacht dat ik in een vereniging of zoiets terecht zou komen.

Ik vind de meeste tuinders heel erg leuk. Als het zo uitkomt en ik heb er zin in, wat trouwens ook prettig is, want het is allemaal niet verplicht, doe ik ook mee aan aktiviteiten die niet direct met het tuinieren te maken hebben. Als ik zin heb om koffie te gaan drinken kan dat, maar het moet niet. Meestal doe ik dat wel want ik vind het wel leuk. Het oogstfeest vind ik ook erg leuk.

De werkbeurten zijn wel verplicht, maar ik vind het eigenlijk heel leuk om met een groepje mensen zoiets te doen. We doen het ook voor onszelf, uiteindelijk is het van belang dat het complex kan blijven bestaan.

Heb je nog tips voor de tuinders?

Wees niet te bang voor plagen. Bij plagen denk je altijd oh, nou gaat mijn gewas eraan, maar meestal zie je na twee weken alle roofinsecten en alle vijanden eropaf komen. Het is hetzelfde als met de mens: als er lekker voedsel, lekker glimmende appeltjes hangen, daar kunnen ze niet van afblijven, dus daar komen ze toch ook massaal op af. En uiteindelijk valt het verlies meestal mee.

Kiki van Beelen