Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar
Interview met Ben en Thea van Westing


Kunnen jullie jezelf voorstellen?

Thea: Ik ben Thea van Westing.
Ben: Ik ben Ben van Westing.


Wat doen jullie hier op de moestuin?

Ben: We zitten hier al bijna 25 jaar, wij zijn nog tuinders van het eerste uur. Toen we een advertentie zagen dat hier volkstuinen te huur waren dachten we: dat proberen we. Toen zijn we ook hier begonnen, op een kleinere tuin dan nu. We hadden ongeveer de helft van nu, en later, toen de buren weg gingen, hebben we dat stuk erbij gekregen. We hebben nu 250 m2.


En hebben jullie altijd op dit stuk gezeten?

Ben: Ja, altijd op dit stuk. Niet altijd het beste stuk, het is een mengstuk met harde klei ertussen, maar dat houd je altijd. Veel wateroverlast in de winter. Maar dat is het eeuwige gevecht, het leuke is om daar mee om te leren gaan.
Thea: Het blijft een gevecht. Tegen het onkruid, tegen alle dieren: tegen de luizen op de grond en alle vogels die overal tussendoor kruipen.


Hoe kwamen jullie ertoe om dit als hobby te kiezen?

Ben: Ja, dat is geen keuze geweest, we hadden altijd al iets…Ik was als kind bij ons thuis achter al bezig met groentezaden, we zijn er altijd al mee bezig geweest, alleen: wanneer krijg je de kans om er verder mee te gaan, daar gaat het natuurlijk om.

Thea: Wij hebben thuis altijd wel een tuin gehad, niet precies een moestuin, maar wel met aardbeien. Toen liepen we hier rond en we kwamen op de moestuin, maar die was alleen voor Warmonders. Dus we dachten: dat kan helemaal niet. Toen bleek dat het wel kon, want ze hadden niet genoeg mensen.

Dat was echt in het prille begin van de vereniging. Je kreeg een nummertje en een hele hoop omgeploegde grond, en dat was je tuin.

Ben: Ik heb dit nog gezien toen het nog niks was. Dit eiland is allemaal aangebrachte grond, hè, toen heb ik hier nog eens rondgelopen om te kijken. Het was helemaal kaal toen, alleen een laag grond.


En jullie wonen in de buurt hier?

Ben: Ja, we wonen hier in de Merenwijk, heel dichtbij. Die voorwaarde hadden we: het moet dichtbij zijn, de tuin moet geschikt zijn voor moestuin en het moet mooi liggen.

Dat is niet altijd zo. Ik werk bij de Spoorwegen, daar kun je ook een tuintje van het Spoor krijgen, een tuintje dicht langs de spoorbaan. Dan zit je dus altijd in de herrie van passerende treinen. Hier is geen verkeer, ja, er komen soms vliegtuigen over, maar over het algemeen is het hier zeer rustig.

Thea: Het ligt gewoon hartstikke mooi.


Wat is het plezier van tuinieren voor jullie?

Thea: Voor mij is het m’n kop even helemaal de andere kant op zetten. Maar ook gewoon lekker in die grond zitten te rommelen, en een beetje aan zitten te klungelen….Dat is gewoon heerlijk. Dan is gewoon alles weg.

Ben: Het is ook gezond hoor. Iedere keer merk je weer dat als je de hele tuin omgespit hebt, dan hoef je niet meer te sporten. Het werken hier, of je nou moet spitten of schoffelen, het is allemaal gezond.


En de groenten?

Thea: Ja, ik heb altijd gezegd: mijn boontjes van eigen tuin zijn lekkerder, maar ze zijn echt lekkerder! En daarom blijft het ook leuk. We hebben het best razend druk gehad, toen hadden we er allebei eigenlijk te weinig tijd voor, maar we hebben hem nooit weg willen doen. En nu hebben we tijd zat, dus nou is het helemaal leuk.


Hoe pakken jullie het tuinieren aan?

Ben: Kijk, ik probeer iedere keer wel iets nieuws te doen maar het moeten wel dingen zijn die grote kans van slagen hebben. Heel veel dingen zal ik hier niet meer proberen, andere dingen moet je heel goed beschermen. Je ziet weinig doperwten bij mensen. Wij doen het toch ieder jaar maar dan moet je het echt hoog afschermen want de vogels proberen er toch altijd bij te komen.

We hebben dus doperwten, tuinbonen, allerlei koolsoorten… Wat we vooral ook veel doen is kleine fruitsoorten, dus diverse bessensoorten… We hebben nu appels, peren en pruimen erbij. En ik heb nu ook weer, dat is nieuw dit jaar, pastinaken en schorseneren erbij gezet. Oude groenten, gewoon es kijken of dat werkt.


Werk je ook met een tuinplan en wisselteelt?

Ben: Nou, in mijn kop. Ik weet wel: vorig jaar was het daar…De basis is eigenlijk de aardappels, die schuif ik steeds op de klok rond door de tuin. Ook kolen moeten niet op dezelfde plek als het jaar ervoor, en er is nogal wat verwant aan kool. En tot nog toe heb ik er nooit een probleem mee gehad.


Hoe heb je je kennis over tuinieren opgedaan?

Ben: Uit boeken en van horen zeggen. Zeker in het begin, toen zaten hier de heren Vogelenzang en Bas de Koekkoek. Dat waren de tuinkenners. Die kwamen wel eens langs de tuin lopen, en dan kreeg je wel te horen of het goed was of niet. En als je iets wilde weten moest je het bij die heren gaan vragen want die wisten ongelooflijk veel en wat wel kon en wat niet.

Thea: Ik ben wel eens bezig geweest dat ik ik weet niet wat in de tuin ging zetten, en dat iemand op mij af kwam gestoven en zei: Dat moet je niet doen want het gaat vriezen!!

En weet je: je gaat in de fout enzo en de derde of de vierde keer denk je: En nu is het genoeg, nu doe ik het niet meer. Nu is het over.


Is het niet zo dat je van verschillende tuinders verschillende adviezen kreeg, of lagen de heren Vogelenzang en De Koekkoek wel op één lijn?

Ben: Ja…., weet je wat het is? Ik volg nooit blind, maar ik neem wel mee wat zij zeiden, zo van: Doe ik het nou helemaal fout, of: Eens proberen… Je leert ook heel veel door ervaring en dingen te proberen, en dan denk je: Zo ga ik het eens volgend jaar doen.

Thea: En je kijkt hoe anderen het doen. Domweg kijken.

Ben: Wat wij heel veel doen is spullen thuis voorzaaien en optrekken en dan op deze tuin zetten. Ik heb wel geleerd: hier op deze tuin zaaien, dat gaat niet zo goed. Als het gaat regenen op die kleilaag dan krijg je er een soort leemlaag overheen, en ik heb meerdere keren gehad dat het zaad dan niet opkomt, dat spoelt helemaal weg. Of de kleine plantjes worden opgegeten. Het is heel makkelijk om thuis, waar je iedere dag bent, de dingen voor te zaaien in bakjes in fijne zaaigrond, en als de spullen groot zij breng je ze hier naartoe.
 


Wat is nou een groot succes?

Ben: Wat altijd goed gaat? De spruiten gaan altijd goed, daar hebben we nog nooit problemen mee gehad. De aardappels gingen altijd goed, tot vorig jaar. Toen kregen we erge problemen met de veenmollen, die eigenlijk wel driekwart van de oogst hebben opgegeten. En de rode bessen gaan ook altijd goed.

Thea: Er zijn ook jaren geweest dat ik met emmers aardbeien naar huis ging. En vorig jaar hebben we vreselijk veel appels gehad.

Ben: En vorig jaar was het grote gevecht, ook met de aardappels, tegen de eenden. Ik heb nooit geweten dat eenden aardappels eten, maar onder onze ogen kwamen de eenden ze opgraven en kapot maken. Eenden! Als iemand me het verteld zou hebben zou ik het niet geloven. Een stukje eruit, opeten en dan weer weg. En even later kwam er weer een andere eend, hup, een nieuwe aardappel opgraven.

Wat altijd goed ging, dat was andijvie en sla, maar daar zit dit jaar voor het eerst de klad in want er zitten blijkbaar nogal veel slakken. Ik heb er eigenlijk nog nooit last van gehad maar dit jaar is het redelijk raak.

Thea: Wat altijd leuk is, vind ik, is dat we ieder jaar bruine en witte bonen hebben. Die trek je thuis voor en dan zet je ze in de tuin, daar doe je niks meer aan tot het helemaal van ellende naar beneden gaat hangen en dan heb je bruine bonen en wanneer die gedroogd zijn eet je die de hele winter.

Ben: Een hele dankbare teelt, je hoeft er niet veel aandacht aan te besteden, je kan laat zaaien want het is een late teelt. Meestal zetten we ze pas eind juni in de tuin. Er komen heel veel bonen aan één struik. Laten drogen thuis en prima! Je hoeft het niet in te vriezen en het blijft gewoon hartstikke goed. En het gaat eigenlijk altijd goed, het is ideaal.

Thea: Wel 24 uur in de vriezer, als er een wormpje inzit is het gewoon dood, en dan laat ik ze weer even drogen, dan in Douwe Egberts potten met omgekeerd deksel want dan blijf je altijd wat ventilatie houden en dan kan je ze nog wel twee jaar eten.


En wat is de grootste teleurstelling?

Thea: Nou, ik heb een keer met een hark de uien uit het water moeten halen. Met een hark! Zo nat was de tuin toen. In dat jaar ging er heel veel mis. Er zijn toe ook veel tuinders vertrokken. Maar eigenlijk zijn het uitzonderingen hoor, zulke jaren.

Ben: Een dieptepunt was ook toen aan de overkant van het eiland een botenloods de fik in ging en er asbest op de tuin neerdaalde. Je mocht het eiland niet meer op. Het moest eerst allemaal opgeruimd worden, de plantjes die al stonden mochten we niet gebruiken.

Thea: Ja, dat hebben we ook gehad met Tsjernobyl, toen mocht je geen spinazie meer gebruiken. Dat was helemaal in het begin toen we hier zaten.


Hebben jullie veel last van ‘het ongedierte’?

Ben: Ja, slakken, die komen nu. We hebben nu weer de luis maar dan moet je gewoon even spuiten, dat is ook het enige wat we spuiten. De vogels, maar dat is geen ongedierte vind ik, maar je moet je dingen wel beschermen. En voor de rest, ja, we hebben raapstelen en dat gaat ieder jaar mis door de aardvlooien, dan ziet het er niet meer uit.


En onkruiden? Wat is je favoriete onkruid?

Ben: Riet! Dat is niet om weg te krijgen.

Thea: Onze buurman had een tuin en dat was een groot stuk riet. Bij ons stond het ook tot halverwege de tuin, en je kan het ieder jaar eruit halen maar het blijft één groot gevecht. Die buurman is nu weg, dus ik hoop dat het bij ons ook beter gaat.

Ben: En hoe heet dat spul, kattenstaart? En dat gras dat steeds zo verder loopt, kweek. En wat al de deskundigen zeggen: Blijven schoffelen. Maar het gaat niet weg. Bij heermoes zitten de wortels zo diep, die krijg je niet weg met schoffelen.

Thea: Ik ben ook meer van het wieden. Maar als er heel veel onkruid staat, en bij droog weer, schoffel ik ook wel.


Hebben jullie zelf een composthoop op de tuin?

Thea: We hebben gewoon één hoop. Het gekke is: ik begin gewoon in het najaar , dan haal ik de toplaag eraf en maak ik een nieuwe. En als ik halverwege ben kan ik het zo op de tuin gooien.

Ben: De onderste laag is altijd hartstikke goed, dat gaat gewoon weer op de tuin. Bemesten heb ik redelijk lang gewoon met koemest gedaan, maar ik ben overgegaan op koemestkorrels vanwege de onkruidzaden die je altijd hebt met gewone mest. Ik gebruik geen kunstmest.

Weet je wat dit jaar leuk is? De sloten zijn uitgebaggerd en de duikers zijn opengemaakt. Een paar jaar geleden hadden we die grote karpers in de sloot zitten, die zaten er dit jaar ook weer. Als je nu een gieter uit de sloot haalt stinkt het water ook niet meer. Je moet wel oppassen nu voor de kikkervisjes, vooral langs de kant van de sloot zitten er nu honderden.


Boeit dat ook, de dieren?

Ben: Nou kijk, van die vissen vind ik hartstikke leuk, dat betekent dat die sloot leeft. Ik heb het altijd jammer gevonden dat er geen leven meer in de sloot zat. Die kikkers ook. We hebben tijden gehad dat er geen kikkers waren, nou sterft het hier van de kikkers. De vogels hier kunnen me voor een belangrijk deel gestolen worden, vooral de kauwen. Die zijn er veels te veel vind ik.

Maar een paar weken geleden was ik bij de slootkant aan het werk, en toen zag ik twee hele mooie groene spechten. Hartstikke mooi.

Thea: En wat heel leuk is: wanneer je staat te spitten komt een merel echt één meter van de spa af zitten. Die merel zit er volgens mij al jaren. En als je even weg loopt gaat hij op de spa zitten. Je zou bijna toestemming moeten vragen om weer verder te mogen gaan. En altijd met zijn bek vol met wormen. Volgens mij is het steeds dezelfde merel.
 


Halen jullie veel van de tuin af, en bewaren jullie ook veel?

Ben: Ja, we halen er veel vanaf, en we bewaren ook veel, teveel denk ik. Op een gegeven moment heb je zoveel! Ik denk eigenlijk dat je alles zoveel mogelijk vers moet opeten.

Thea: En nu zijn de kinderen de deur uit, en het scheelt wel of je met z’n vieren eet of met z’n tweeën.

Ben: We hebben nu ook meer boompjes. Ik vind klein fruit heel leuk. De appels hebben het vorig jaar heel goed gedaan. Er zaten zoveel appels aan dat er takken afgebroken zijn. De peren ook.

Thea: We hadden één pruim…

Ben: Ik hoop dat de pruimen het dit jaar goed gaan doen. We hebben ook heel veel frambozen, die doen het ook erg goed. Het fruit staat allemaal in het midden van de tuin.

Thea: We hebben ook een flink stuk tuin, dus het is goed dat Ben niet meer werkt.

Ben: Ik heb tijden gehad dat ik eigenlijk heel weinig op die tuin kwam, dan was ik om zeven uur thuis en dan had ik geen zin meer. Ik ben nu gepensioneerd en nu kan het allemaal wel!


En heb je nu nog plannen om dingen anders te gaan doen?

Thea: Nou, we hebben hem nu van voor naar achter en van links naar rechts omgegooid en dat hebben we nog nooit gehad.

Ben: Hij ligt er nu heel mooi bij, ik hoop dat hij zo schoon blijft. Er moet nog een nieuwe kist bij, de bomen zijn erbij gekomen. En ik hoop… ik weet niet of je bekend bent met de discussie over de kasjes… wanneer die goed afloopt dan wil ik er wel een kasje bij.


Oh, is dat gaande in de vereniging?

Ben: Ja, er is nu een officiële brief naar de gemeente gestuurd om toestemming te vragen voor het plaatsen van kasjes op de tuin.


En hoe komt dat dat jij dit weet?

Ben: Ja, dat komt omdat ik nu ook lid van het bestuur ben. Sinds 1 januari is dat officieel. Een jaar of twee geleden had Hanneke (Gouma, voorzitter) me al eens gevraagd, toen was er de vacature penningmeester. Maar toen werkte ik nog, en ondertussen is Henk Tuk penning meester geworden. Vorig jaar vroeg Cor (Matser, bestuurslid onderhoud) of ik er nog tijd voor had. En op de jaarvergadering van dit jaar is dat geregeld, toen speelde ook die discussie over de kasjes. Aan de andere kant van het pad is het beschutter, daar ziet niemand het en daar staat al van alles. Aan deze kant ziet iedereen het, hier zie je ze nog bijna niet. En officieel mag het ook niet.


En dat vind je ook wel leuk, om op zo’n manier met de moestuin bezig te zijn?

Ben: Ik heb tijd zat. Ik ben altijd bestuurder geweest, wat dat betreft sta ik niet vreemd tegenover dit werk, en nu doe ik het op een andere manier.


Wat vinden jullie verder van de vereniging?

Ben: Ik moet heel eerlijk zijn: ik ben altijd een beetje teruggetrokken geweest, passief. Dat had voor mij met tijd te maken, maar dat zal nu wel anders worden. Maar je kan doen en laten wat je wilt, het is hier wel vrij. Niemand wordt erop aangekeken als hij het anders doet dan anderen.

Thea: Dat vind ik het voordeel van deze vereniging: je kan meedoen, maar het hoeft niet.

In het verleden kwam je er als vrouw soms moeilijk tussen, maar dat is allemaal veranderd. Ik denk dat het in vergelijking met vroeger eigenlijk alleen maar beter is geworden. Die tuinbeurten zijn ook leuk, samen schoffelen of een heg knippen.. Ik wist niet dat ik het kon maar ik kan heggen knippen! Het is gezellig, je komt weer eens anderen tegen. Dat is toch leuker dan wanneer je op je tuintje zit en alleen je naaste buren kent.

Ben: Vroeger was het afstandelijker. Omdat we hier al zo lang zitten heb je het wel zien groeien, het complex. De andere kant is veel dichter. Merkwaardigerwijs is er een open veld en een stuk met veel meer bomen, struiken.


Heb je nog tips voor de andere tuinders?

 

Ben: Weet als je hier komt dat er wel eens tegenslagen zijn. Beestjes, grote beesten… Dat je daar mee om leert gaan. Als je daar een beetje bang voor bent is het gauw gebeurt hoor. Als de kraaien alles pakken, daar moet je tegen wapenen. En je moet je ook realiseren dat er veel werk aan zo’n tuin is. Als je eraan begint moet je er behoorlijk wat tijd in kunnen steken, anders dan red je het niet.

 

Maar het is ieder jaar weer leuk; ieder jaar begin je weer, het is ieder jaar weer een verrassing.
 

Warmond, 24 mei 2009
Thea en Ben van Westing en Kiki van Beelen