Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar
Interview met Anne-Marie Krens

ook verschenen in de Warmoezenier van maart 2009


Wie ben je en wat doe je op de tuin?

Ik ben Anne-Marie Krens. In ’98 was ik voor het eerst op het eiland, voor het eerst in mijn hele leven, ik was er nog nooit geweest. Toen waren de kinderen vier en zes, daarom weet ik het nog zo goed. Tijdens de wandeling zag ik die tuinvereniging, en we zijn de linkerkant opgelopen, waar ik nu ook zit, helemaal naar het eind, naar de tuin van wat later bleek van Johan, Johan de Vogelaar. Ik had nog helemaal geen verstand van tuinen, en ik dacht: Oh, die tuin is vrij. Wat helemaal niet zo was, het was gewoon een keurige wintertuin. Maar ik dacht dat hij braak lag, en toen dacht ik: Dit wil ik. Maar de kinderen waren nog veel te klein, en dus dacht ik ook: Dat ga ik niet doen nu, met die kinderen en twee banen, dat wordt niks.

Het idee verdween helemaal, maar ik was vier jaar later voor de tweede keer op het eiland, met een vriendin, en we zijn dezelfde kant opgelopen. De tuin die ik nu heb was vrij, dat had ik van Mart (van Wageningen) gehoord, en toen heb ik daar staan dansen van plezier. Ik dacht: Oh, zo’n stukje land, dat wordt helemaal van mij! Toen is het begonnen, mijn leven is hierdoor wel veranderd.

Wat wilde je dan, wist je dat in het begin al?

Nee joh, ik wilde plukken. Plukken, plukken, alleen maar bloemen.
Ton (Geul) was er nog, en die heeft me erg vooruit geholpen. Dat was heel leuk, want eerst wilde ik eigenlijk alleen maar daar zijn, ik wilde helemaal niks dan op die aarde staan, en dat hebberige: Dit is van mij!
Ik ben in oktober begonnen, als een gek tekeer gegaan. Ton heeft voor mij gefreesd en ik heb een plan gemaakt, en paadjes, en ik heb bomen neergezet.
Van lieverlee door de mannen daar, ben ik ook wel begonnen met groenten. Waar ik de ballen verstand van had! Ton heeft me aanwijzingen gegeven en Jan kwam met kleine slaplantjes aan en toen heb ik dat wel een paar jaar geprobeerd, maar dat werd helemaal niks. Alle groenten gingen gezellig bloeien, ik zag bij de buren de broccoli staan en dan was het bij mij gewoon minimaal. Dat ging helemaal niet, dat heb ik ook helemaal niet in mijn vingers en niet in mijn bloed.

Je vader had toch wat met tuinen?

Nou, we hadden thuis een grote tuin met een groot gedeelte fruit, geen groenten, maar wel prachtige fruitbomen met Hollandse perziken en kruisbessen en heel veel aardbeien, dat was altijd wel bijzonder. Ik ben opgegroeid in Venlo, daar was van die mooie kleigrond. We hadden kersenbomen die zwaar hingen van de kersen, en die perzikbomen en pruimenbomen, niet een beetje maar duizenden vruchten. Dat was wel te gek, ja.

Was het dan toch het moestuinaspect dat je het meest aantrok hier?

Nou nee, gewoon de grond. Grond en aarde van mij, en dat ik daar kon doen wat ik wilde, en dat ik daar dus ook op een stoel kon zitten, dat vond ik helemaal leuk.
Het eerste wat ik er ook heb neergezet was een staketsel voor een hangmat, die kreeg ik van mijn schoonouders toen voor mijn verjaardag.
 
 

De inrichting van je tuin, is die puur intuïtief gegaan?

Nee, ik heb wel een plan gemaakt. Ik heb thuis eindeloos plattegrondjes getekend, hoe ik het wilde, en dan ging ik weer kijken hoe het uitkwam met de zon, en waar de zon bleef achter de bomenrij, en hoe snel die daar weg was. Ik wilde ook perse groene paden en geen stenen, daar heb ik me natuurlijk vreselijk in verslikt, een eindeloos gemaai! Maar ik vind het nog steeds wel het allerleukste.

Het draineert ook goed, denk ik, het voert het vocht ook goed af.

Oh ja. Weet je wat ook heel leuk is? Dat ik eigenlijk ook helemaal geen verstand heb van tuinen, nog steeds niet.
Ik weet nog goed, de eerste tijd, dan was iedereen in rep en roer want dan was er compost naar de tuin gebracht. En ik weet nog, ook weer van vroeger, van thuis, dan had mijn vader een boer gecharterd, en dan lag er op een dag vijf of wel tien kuub compost voor het huis wat met kruiwagens die grote tuin ingereden werd.
De eerste keer dat ik hier meemaakte dat er compost was had ik griep met flinke koorts. Toen dacht ik: Maar ik MOET die compost over m’n tuin gooien want dat deed mijn vader ook. Toen ben ik met één van mijn kinderen, die waren eigenlijk nog heel klein, met die zieke kop op een ochtend al die kruiwagens gaan rijden naar mijn tuin.
Het maakte mijn tuin mooi zwart. Die groene paden met dat zwarte, ja, het is bij mij ook schoonheid hoor, niet de eetbaarheid. Het is echt pure schoonheid. De schoonheid van het eiland, de schoonheid van de tuinen, óók de schoonheid van de groentetuinen die ik heel mooi vind, ook de schoonheid van een rode kool, echt, ik denk dat het dat is. De fascinatie daarvoor.
Maar ik heb NOOIT met koeienmest gereden, echt, DAT heb ik nooit gedaan. Nou ja, één keer dan, ik zette een riek in die kruiwagen en ik dacht: Dat is niks voor mij, veel te zwaar, dat doe ik niet. Want ik heb ook altijd wel last van mijn rug, het moet allemaal wel heel licht werk zijn.

Dus misschien wel een beetje een groentetuin, maar niet helemaal?

Nee, groenten was een beetje erbij, dat wilde ik eigenlijk helemaal niet. Dat ben ik toen heel heftig gaan proberen, maar het ging niet. Ik mestte ook niet bij, wat anderen misschien wel doen. Ik ben gewoon geen mens om met kunstmest te werken, en dat spitten en zo, dat is helemaal niks voor mij. Ja, en dan wordt het ook niks, ik denk dat dat er wel allemaal mee te maken heeft.
In het begin kreeg ik heel veel hulp van Ton, die mij echt op weg heeft geholpen. En Jan heeft mij ook enorm geholpen. Ik verzon van alles om op te bouwen, dan had ik ze weer nodig voor een tuinhekje en voor dit en dat, en altijd stonden ze voor me klaar. Dat was wel heel bijzonder hoor, ik heb dat ook als heel leuk ervaren.
Wat ik ook leuk vind aan die tuinvereniging, dat had ik ook nog nooit van mijn leven meegemaakt, is dat je in zo’n geweldige gemeenschap komt met al die mensen met andere sociale achtergronden. ’s Ochtends aan de koffie met de mannen van de groenten, en ’s middags is het met name met de dames van de bloementuinen om me heen. Ik vond dat sociale aspect onverwacht ook heel leuk, ik was daar totaal niet naar op zoek.

Wat vind je op je tuin nou het grootste wonder?

Op mijn tuin zelf, wat gelukt is? Wat ik waanzinnig vond, zeker de eerste jaren, was dat ik zag dat terwijl van dingen die thuis in mijn tuin, ondanks alle aandacht die ik er aan besteedde, de helft het niet deed en niet of nauwelijks bloeide, en dat was echt een wonder, dat ik zag dat hier alles metershoog werd. Dan kwam ik op een ochtend en dan stonden al die klaprozen ineens in bloei en dan na een paar uur niet meer, en dan de volgende dag weer. Ook kwam er ik weet niet wat omhoog wat bij mij kwam binnenwaaien uit allerlei omringende tuinen. Waar iedereen altijd zo op vloekt, op de rotzooi van andere tuinen, dat vond ik erg leuk. Ik zag opeens allerlei dingen die bij Monica in de tuin stonden bijvoorbeeld.

Je tuin lijkt er altijd heel doordacht uit te zien. Heb je nog veel aan de opzet veranderd?

Ik heb in het begin wel heel goed gekeken met de opzet. Wat ik heel belangrijk vond was dat ik er gewoon van moest kunnen genieten. Geen werktuin, ja wel om in bezig te zijn, maar dan om even helemaal los te zijn van m’n gezin en m’n werk en alles binnen, echt een hele andere wereld. En het leek me ook heel leuk om er een sociale plek van te maken. Dat ik daar mijn familie kon ontvangen, en dat we daar ’s avonds konden eten, dat we daar echt konden zijn, maar dat ik er ook alleen kon zijn.
Dus ik heb wel opgelet: Waar komt de zon? Dus op gras ’s ochtends, niet ’s avonds want dat is heel nat, dat weet ik nog van mijn ouders tuin. Dus de plek waar je ’s avonds zon hebt daar moest steen zijn en waar het overdag zonnig was daar moest gras zijn. Ja, daar heb ik allemaal wel over nagedacht.
Ik wilde allemaal van die kamers hebben, dat je niet in één keer kunt zien hoe de tuin eruit ziet maar dat je er doorheen moet lopen om nou echt te zien wat er is. Dus ik heb eindeloos gesleept met oude hekken en gebruikte stoelen, en afval om daar weer dingen van te bouwen.
Het plekje dat ik had uitgekozen om te zitten was al gauw veel te klein, dus dat werd elk jaar weer groter en groter, dan kwam er weer een strook gras bij, en dan weer een strook tegels, omdat ik elke keer weer zag dat ik met gezelschappen plaats tekort kwam.
En uiteindelijk zie je ook waar alles groeit, waar je zit op de tuin, ik heb wel eindeloos gesleept met spullen, Maar toch is het een beetje zoals het in het begin was gebleven.
En ik heb uiteindelijk wel uitbreiding gekregen. Daar heb ik ook nachten niet van geslapen, zo leuk vond ik dat. Ik was eindeloos aan het denken hoe ik dat opnieuw ging inrichten en wat ik weer wilde gaan bouwen. Eindeloos poorten en hekken bouwen, zodat je dan weer dingen kunt afscheiden.
Nu is het precies goed. De tuin is vierkant, ik zou ook zeker niet méér willen.

Heb je nog tegenvallers, qua tuinieren?

Ja, die groenten. Ik ben op een gegeven moment gefascineerd geraakt door paarse boerenkool. Toen ben ik op zoek gegaan naar allerlei paarse zaden, en ik vond paarse spruiten en boerenkool, en ik had paarse koolrabi, paarse broccoli. En ik dacht: Dit gaat wel lukken. Voor de groenmarkt had ik van alles opgekweekt, maar voordat die markt er was had ik het al uitgedeeld aan tuinvriendinnen. Toen zag ik een seizoen later tot mijn grote verdriet dat het bij mij allemaal weer niks had gedaan, terwijl er bij die tuinvriendinnen prachtige paarse bloemkolen stonden. Dat was het moment dat ik dacht: En nu is het klaar, ik stop ermee.
Ik leg wel elk jaar mijn hart en ziel in de tomaten. Wat ik ook helemaal verkeerd heb gedaan. Het eerste jaar had ik geweldige tomaten. Het tweede jaar had iemand tegen me gezegd: Dan moet je de grond wel wat voeding geven. Toen heb ik die kasgrond afgegraven, ik was ook de eerste met een illegale, vaste glazen kas, heel klein, maar toch. Toen heb ik de grond een stuk afgegraven en daar heb ik allemaal potgrond ingegooid. En toen heb ik een jaar hele slechte tomaten gehad. DAT vond ik wel een grote mislukking, daar kon ik mezelf wel voor straffen, dat ik dat fout had gedaan, dat ik daardoor niet die prachtige tomaten had.

Wat vinden andere mensen van je tuin?

Nou, ik krijg er wel complimenten over. Er zijn ook mensen die niks hebben met al dat gras en met al die bloemen en die begrijpen dat ook niet. Die denken: Ja, wat moet je hier nou? Dat kun je toch thuis ook doen? Dat zie ik ook wel, dat er een grote verscheidenheid is in ieders belangstelling.
Maar er zijn ook mensen die het heel leuk vinden, en die zich erover verbazen dat het zo ook kan. Een beetje anders, denk ik. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik wel geïnspireerd was door Tet (Hiltermann). Tet was mijn achtertuin, en dat was voor mij DE tuin, dat was wat ik ook graag wilde. Het uitgangspunt destijds was dat het een tweede plek zou zijn om te verblijven, met het gezin, maar ook alleen. Zoals iemand gewoon ook een huisje in Frankrijk heeft, dat was eigenlijk voor mij het idee.
Als het mooi weer is dan komt iedereen er graag heen. Zeker ook mijn man, dan komt hij vanuit Delft en dan haalt hij een pizza van Caruso op. Hij maakt ook vaak eten op de tuin, echt koken. Dat is heel leuk. Ook komen er vaak vriendinnen langs met wijn en een bak sla. Wat dat betreft is er echt wel uitgekomen wat ik ervan verwacht had. En Tet was mijn voorbeeld dat het zo kon daar. En wat er ook zoveel leuker aan is dan aan het huisje in Frankrijk is dat het gewoon elke dag van de week kan. Dat je altijd, als het ook maar even mooi weer is, erheen kan.
Wat ook zo fijn is: Dat ik hier alles mag doen wat ik wil, terwijl thuis alles moet voldoen aan een bepaalde structuur of kleur, daar kan ik echt zo truttig in zijn! Hier hoeft dat niet. Hier kan ik eindeloos met gebruikte materialen en rotzooi aan de gang gaan.

De plannen van de gemeente met Koudenhoorn, wat vind je daar van?

Daar heb ik in het begin van wakker gelegen, want juist in 2003 toen ik hier kwam was er een enorm plan. Maar Rob (Veffer) stelde me gerust. Die zei: Ik zit hier al zo lang op de tuin, er zijn elke keer grote plannen en er blijft niks van over, dus maak je nou maar niet druk want het zal allemaal wel meevallen. Ik heb toen nog in een groepje gezeten om invloed uit te oefenen. Ik heb ze rond het eiland gesleept, en er waren mensen bij die hier ook nog nooit geweest waren, om ze bewust te maken hoe mooi het is, en hoe veel vogels er leven, en hoe stil het is zo dicht bij ieders drukte en bij ieders huis. Ik vond het toen wel fijn, om daar een rol in te kunnen spelen.
Waar ik wel blij over ben is dat men het er toen over eens is geworden dat die brug, waar ook al jaren over gesteggeld is, dat juist die brug een centrale rol speelt in de toekomst van het eiland. Juist vanwege het feit dat die zo smal is, is het eiland wat het is. Het is grappig dat men dat toen ook inzag: Die brug moet niet breder want als dat gaat gebeuren dan gaat het mis met het eiland. Dat heb ik wel veel mensen van verschillende werkgroepen horen zeggen, dat is wel heel belangrijk. Als je dat zo houdt dan hoeven we denk ik niet zo bang te zijn.
Als het bereikbaar wordt voor auto’s zou het wel erg nadelig veranderen, want waar is nou zo dichtbij een plek zoals hier? Er is altijd wel een snelweg of auto’s in de buurt.
Ik hoop van harte dat het blijft zoals het is.
Elke dag dat ik over het bruggetje rijd en ik zie het eiland en het licht en ik zie zoveel lucht en zo weinig flats en bebouwing, dan kan ik elke keer weer niet geloven dat dat zo vlak bij huis is, dat we daar zo’n mooi stuk natuur hebben, en dat ik daar mag zijn, dat ik daar iets heb. Dat is wel heel bijzonder hoor, dat heeft echt wel mijn leven veranderd.

Naschrift

Dit is wel zo’n beetje jouw verhaal, hè? Ik kan nog wel vragen: Wat is je lievelingsbloem?
Ja, dat heb ik allemaal niet hoor!
Nee, dat heb je niet. En je composteert ook niet….
Jawel, DAT doe ik wel! Ik heb dus wel een composthoop, maar daar ben ik al vijf jaar niet aangekomen. Daar heb ik alleen maar rotzooi opgegooid. En voor het eerst dit jaar dacht ik: Wat is die mooie zwarte hoop eigenlijk? Toen zette ik er een schop in en nou IS dat mooie compost na vijf jaar! Het is wel twee kuub wat daar in zit. Nu heb ik er heel braaf een extra composthoop naast gemaakt, voor m’n nieuwe afval, en sinds afgelopen zaterdag ben ik die oude compost aan het uitrijden in mijn eigen kruiwagentje.
En dat is dan ook wel heel rijk, dat je zo het proces op je eigen tuin weer voortzet. Voor iedereen is dat misschien de gewoonste zaak van de wereld, maar ik had daar nooit bij stil gestaan, dat je dat afval ook weer kon gebruiken. Dat ik dat zo lekker zelf kan gebruiken, en niet terwijl de boer het heeft afgeleverd, nee, ik heb het zelf afgeleverd. Dat is wel heel rijk.
Maar dat mag er niet in hoor!
Dat vond ik ook zo leuk, dat ik dacht in ’98 dat die tuin van Johan braak lag, en dat ik nu zie dat dat gewoon de schoonheid is van de winter. Dat is toch bijzonder. In die zin heb ik natuurlijk toch heel veel geleerd. Zeker.

Anne-Marie Krens en Kiki van Beelen
26 februari 2009