Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar
Interview met Dhr. Zoetemelk

Om te beginnen: hoe lang heeft de heer Zoetemelk een moestuin op Koudenhoorn?

‘Van het begin af aan. De vereniging is in 1985 opgericht, en mijn huurtermijn ging in op 1 januari 1986, dus op 1 januari ben ik er 20 jaar bezig! Ik ben slechts zijdelings betrokken geweest bij de oprichting. Degenen die hier intensief aan hebben gewerkt waren de heer Eggen, die helaas niet meer in leven is, en daarnaast de heer Neefjes, de oud-chef van financiën hier van het gemeentehuis. De heer Neefjes heeft overigens nooit een tuin op Koudenhoorn gehad, die heeft een moestuin achter de hervormde kerk. Nog steeds, voor zover ik weet. Dus 1 januari 2006 is eigenlijk een belangrijke datum, het complex bestaat dan 20 jaar!’

Had de heer Zoetemelk voordat hij begon op Koudenhoorn al moestuinervaring?

‘Niets! Totaal helemaal geen ervaring. Het is eigenlijk de heer Eggen geweest die mij er opmerkzaam op maakte. Hij zei: “Je wordt straks gepensioneerd, en zou het dan niet leuk zijn om nu eens wat buiten te gaan doen?” Ik heb altijd binnen gewerkt, een kantoorbaan gehad. Nou, ik vond dat een aardige suggestie en die heb ik ook opgevolgd. Dat is de aanleiding geweest voor mij om te gaan tuinen. De heer Eggen, die trouwens mijn zwager was, die had wel veel ervaring met tuinieren, dus alle kennis die ik niet had kon ik van hem krijgen. Onze tuinen lagen tegenover elkaar, ik zit nog op dezelfde tuin als waar ik destijds ben begonnen.’

Er zijn nog wat tuinders die ook al vanaf het begin op Koudenhoorn tuinieren, zoals Bas de Koekkoek en de dames Brandt. ‘Op een gegeven moment zal het ophouden. Ik merk dat zelf ook natuurlijk. Niet dat mijn krachten achteruit gaan, maar je moet toch een beetje voorzichtig zijn. Ja, ik ben inmiddels ook 82 en dan heb je het beste toch wel gehad.’ Maar ondanks dat is de tuin van de heer Zoetemelk altijd erg netjes, en redt hij het elk jaar weer om van alles te laten groeien.

Ziet de heer Zoetemelk nog verschillen wanneer hij de beginperiode van de vereniging vergelijkt met hoe het nu gaat?

‘Nee, echt opmerkelijke verschillen zijn er niet. Het is uiteraard wel zo dat in zo’n beginperiode alles nieuw is, en alles nog een beetje vreemd. Net met als zoveel dingen in het leven heeft zo’n vereniging ook een aanloopperiode nodig. Maar het enthousiasme voor het tuinen, dat was er in het begin en dat is er nu gelukkig nog! Je hebt mutaties, je hebt mensen die nemen een tuin en die hebben er eigenlijk geen besef van wat er allemaal verricht moet worden om het een beetje netjes te houden en die haken dan heel snel weer af. Aan de andere kant is het natuurlijk ook weer zo: de echte liefhebbers, de echte tuinders, die blijven wel.’

Groenten vindt de heer Zoetemelk het leukst om te telen. Maar hij wil nu toch wat vaste planten in zijn tuin gaan zetten, dat lijkt hem leuk om te gaan doen. Misschien aangestoken door de diversiteit aan planten die zijn buurvrouw Irene op haar tuin heeft staan?

De groenten staan er altijd prachtig bij in een keurig bijgehouden tuin. Eten andere familieleden nog mee, wanneer de overdaad aan oogst van start gaat?

‘Het is wel zo dat de bietjes nogal wat aftrek hebben bij de kinderen, en de boerenkool en de spruiten. Ja, daar hebben ze wel belangstelling voor. Ook de sperzieboontjes hebben veel aftrek. Het is natuurlijk heel goed, van eigen tuin, en gezond ook.’

Pas in de loop der jaren zijn de activiteiten zoals oogstbuffet en barbecue in de mode geraakt. ‘Het hangt er natuurlijk vanaf of je leden hebt die daar belangstelling voor hebben, en energie willen steken in het organiseren want het vergt de nodige inspanning. In het begin had je dat niet, dat moet allemaal groeien in zo'n nieuwe jonge vereniging. De Warmoes is een leuke ontmoetingsmogelijkheid.’

Wie waren de eerste bestuursleden?

‘Eggen was voorzitter, en Ruud Zwets uit Oegstgeest was secretaris/penningmeester. Dat heeft hij kort gedaan, en toen heb ik het secretariaatswerk van hem overgenomen. Dat heb ik een jaar of zeven gedaan. Ik vond het heel leuk om te doen. Verder: Piet van Leeuwen en Fer van Egmond waren bestuurslid in die tijd. Fer is er van het begin af aan bij betrokken geweest.’

Werd er destijds ook al gecontroleerd of de tuinders hun tuin enigszins naar behoren bijhielden?

‘Ja, de tuinders die er een rommeltje van maakten werden daar op aangesproken. En dat was de taak van de heer van Leeuwen. Die sprak de mensen een beetje vermanend aan, en dat had in de meeste gevallen wel resultaat. Degenen die daar niet naar luisterden waren ook degenen die maar een jaar bleven.’

Wat is het geheim van het goede resultaat van de groenteteelt van de heer Zoetemelk?

‘Geen geheim. Ik haal altijd het zaad van Van Hemert, en bemest met korrels. Eigenlijk zou ik nu weer eens een keer koemest moeten gebruiken, maar daar zie ik wel tegenop.’

We bieden de heer Zoetemelk aan om hem hier bij te helpen, welk aanbod hij aanvaardt.

De heer Zoetemelk doet aan vruchtwisseling. Hij maakt een aantal bedjes van een bepaalde afmeting, en houdt bij waar hij wat verbouwt. Ieder jaar worden de hoofdgroepen groenten een vak doorgeschoven.

Hoe blijft hij het onkruid de baas?

‘Schoffelen en wieden, dat is goed te doen wanneer je het tijdig doet. Ik zie er ook niet tegenop, en vind ook dat het gebeuren moet. Als je sommige tuinen wel eens ziet denk je: mensen, mensen, wat maken jullie er een bende van! Als je het goed wilt doen kost het de nodige tijd, ik ga zo'n keer of drie per week naar de tuin. Ik doe haast niet mee aan het gezamenlijk koffiedrinken, want ik heb zo’n drukke baan bij de gemeente gehad dat ik bij mijn pensionering plechtig beloofd heb om nu zoveel mogelijk thuis te zijn. Het was een leuke baan die ik had, maar er ging wel erg veel tijd inzitten, ook de avonden.’

De hoeveelheid verhuurde tuinen schommelde een beetje door de tijd heen. Er is een periode geweest dat er wel 30 lege tuinen waren; nu is gelukkig alles weer verhuurd. ‘Het hebben van een moestuin is een beetje trendgevoelig. Ook valt het me op dat er tegenwoordig veel meer vrouwen zijn.’

‘Wanneer we vroeger veel lege tuinen hadden plaatsten we soms een kleine advertentie in een weekblad, daar kwamen dan wel reacties op. Het leuke van de vereniging is dat je de mensen in staat stelt om tot een goede vrijetijdsbesteding te komen. Het is wel belangrijk dat er begeleiding gegeven wordt aan tuinders die er nog niets vanaf weten, iemand die bereid is om je in te werken. Iemand die veel van tuinieren afweet is Fer van Egmond, die heeft al veel adviezen gegeven.’

De heer Zoetemelk vindt dat het heel goed gaat met de vereniging. Het ziet er goed uit, het algemeen onderhoud is wel een heel karwei maar het is allemaal netjes. ‘Onze tuinen komen gelukkig niet in gevaar door de ontwikkelingen inzake het ontwerpbestemmingsplan. Misschien komt er zelfs nog een kleine uitbreiding wanneer de tuinen achter de kerk opgeheven worden!’

Heeft de heer Zoetemelk nog iets aan het interview toe te voegen?

‘Niets! Ik ben zeer tevreden, en erg gelukkig met mijn tuin en met alles wat je verder meebeleeft op Koudenhoorn, en ik hoop ook dat er zoveel mogelijk van het huidige Koudenhoorn behouden blijft!’

Warmond, 26 november 2005