Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar
Interview met Hans en Martine Evers

Verschenen in de Warmoezenier van juni 2006

 

We interviewen deze keer Hans Evers, die wordt vergezeld door zijn vrouw Martine. Zij hebben de tuin op het hoekje van het westveld, direct naast het bruggetje. Irene start met de mooiste vraag om het interview met een medetuinder mee te beginnen:

Waarom tuinier je?

Het is begonnen uit een soort nostalgisch gevoel. Ik heb het altijd leuk gevonden; ik ben in Amsterdam geboren, in de stad. Mijn grootouders kwamen wel van het platteland, die zijn naar de stad gekomen vanuit de Achterhoek en waren agrarisch gericht. Dat heeft toch altijd een zekere romantiek gehad. Toen ik een jaar of vier was verhuisden we naar Osdorp, en dat lag toen echt aan de rand van Amsterdam. Dan kon je over een boerenweggetje tussen opgespoten land door, met heipalen erin, naar een boerderij om verse groenten te halen. Dat heeft me altijd een goed gevoel gegeven. Vanaf toen, en dat is een rode draad door ons leven gebleven, zijn we altijd op zoek geweest naar waar je groenten bij de boer kon kopen, of melk, of de aardappels zelf halen. Uiteindelijk ben ik voordat we hier kwamen wonen in Heerlen terechtgekomen. Daar heb ik gestudeerd, daar heb ik gewerkt, daar zijn we getrouwd.

We kwamen uit Limburg hier, voor Martine eigenlijk voor het eerst, in 1993. Het eerste jaar hadden we het echt moeilijk om hier te wennen. Wij woonden daar in het zuiden van Heerlen, daar ga je zo de heuvels in. Toen we hier kwamen hadden we het gevoel in een soort geplaveide speeltuin te komen. Als je om je heenkeek was er geen natuur. Alles wat je zag was gemaakt. De polder is gemaakt, elke heuvelrij is gemaakt, zelfs de lucht wordt gekleurd door de uitlaatgassen. Er is hier niets meer van wat er ooit was. En dat realiseerden we ons toen, en dat was een stuk beklemming: is er hier nog natuur en überhaupt: is er dan plek voor je? Dat hebben we ons later nog veel sterker gerealiseerd: dat je eigen beleving of er plek voor je is ongelooflijk veel te maken heeft met je onmiddellijke ervaring van natuur. En om kort te gaan: dat is pas op zijn pootjes terechtgekomen toen we hier een tuin hadden.

Een vriend van ons, Jan van Well, die had hier een tuin en die zei: je moet hier eens komen kijken. Samen met nog een vriend hebben we toen een tuin naast hem gehuurd, eerst allebei een halve. Om te leren, want ik had wel thuis het gras altijd bijgehouden maar daarnaast nooit getuinierd. Eenvoudig begonnen, plantjes kopen op de markt in de Groenoordhallen. De eerste jaren hebben we samen gedaan maar toen er een grotere tuin vrijkwam aan de overkant hebben we die genomen. We zitten hier nu vanaf 1994.

Dus waarom zijn we gaan tuinieren? Vanuit een stuk heimwee enerzijds; en anderzijds ongelooflijk veel plezier in het werk zelf. Voor ons is dit het eerste thuis geworden hier in Holland. Dus de tuin heeft een hele sterke symbolische betekenis. Je bent op je tuin afhankelijk van hoe de natuur het doet. Van wat er om je heen gebeurt, de aalscholvers die overvliegen, de bomen die er staan, de seizoenen die je hier zo sterk beleeft.

Het eten van de groenten....

Voor mij verenigt moestuinieren drie zaken. Ten eerste ben je gewoon heerlijk buiten, je ontspant, je kunt alles op een rijtje zetten. Je hebt je fitness, wat je anders een heleboel geld zou kosten, sporten enzovoort. En het derde: je eet er heerlijk van.

Sommige mensen zeggen: het kost een hele hoop tijd. Dan denk ik nou, als ik het allemaal eens zou optellen wat ik aan tijd kwijt zou zijn om te ontspannen, dan om te sporten en vervolgens hard werken om goed eten te kunnen kopen dan ben je volgens mij helemaal niet veel tijd kwijt. En ook niet veel geld, want als je dit vergelijkt met een vakantiehuisje op de Veluwe kopen, je sportsetje enzo...

Wij tuinieren biologisch. Ik heb daar nog nooit gespoten. Het enige wat ik gebruik is een spulletje tegen de luis op de tuinbonen wat na een dag alweer zover weg is dat je ze zo in je mond kan stoppen. Voor de rest al tien jaar niets. En ik vind dat we hier heel weinig ongedierte hebben. Er beginnen slakken te komen, vorig jaar voor het eerst. Maar het ene jaar valt er iets uit door de beestjes; het andere jaar door het weer.

Ik heb dit jaar geteld: ik heb iets van 90 verschillende gewassen. Dat is tamelijk veel. Je hebt ze nooit alle 90, er vallen er altijd vijf of tien weg. Maar wat je over houdt is mooi, dat is dan het bijzondere van dat jaar. Het aantal gewassen dat ik verbouw breidt zich wel uit. Je begint met worteltjes en uitjes en kant en klare koolplantjes, en elke keer moet je er een boek bij pakken om te zien hoe ver je het uit elkaar moet zetten en hoe breed het moet staan. En nu weet ik alles uit mijn hoofd. Ik zaai twintig dingen en pak gewoon zakje na zakje, en ik hoef niet meer na te denken over afstanden. Het is een gewoonte geworden. In mei, toen we een weekje vrij waren, heb ik driekwart van mijn tuin gespit en alles opgezaaid en opgebouwd. In één week! Ik heb mijn boek niet aangeraakt, dat weet je allemaal uit je hoofd. Ik maak wel een lijst op de computer, wat moet eerst en waar komt het te staan; en dan werk ik die lijst af van boven naar beneden.

De hoofdgewassen schuiven ieder jaar een bed op. Ik werk met compost, en met de korrels die we hier hebben. De koemest is eigenlijk fijner, ook door het stro dat erin zit maar de afgelopen jaren zaten er vaak gekke dingen door als stukken touw en andere rommel.

Gewassen als tomaten en basilicum, en wat langer kiemende kruiden, zaai ik thuis voor. Groenten en bonen doen we allemaal op de volle grond. En de laatste jaren doen we ook alles tegelijk de grond in: tuinbonen, peultjes. Mij valt op dat de mensen die voortrekken niet eens zoveel eerder oogst hebben, hoogstens zijn wij een weekje of twee later. Ik heb dat een paar keer extreem gezien met aardappels die heel vroeg gelegd waren: dan komt het op, dan komt de vorst erover en wordt het blad zwart, dan komt het weer op. En tegen de tijd dat het wat warmer begint te worden leg ik er aardappels in en dan heb ik ze bijna nog eerder dan die anderen.

Van onkruiden hebben we niet zoveel last. Je doet het ambachtelijk, dus veel schoffelen. En volgens mij is dat de enige manier, veel schoffelen en trekken, puur handwerk. En voor de rest is het niks. Als je het maar vaak doet, in het begin van het jaar heel veel,  dan heb je er in je gewas geen last van. Alleen het riet is lastiger.

Wat is je favoriete groente?

Nou, dat heb ik dus niet. Ik eet echt alles van de tuin. Naast tuinieren is koken mijn hobby, daar besteed ik veel tijd aan. Dat is zo fantastisch! De groente die er op dat moment is, dat is mijn favoriete groente. Gisteren hebben we een prachtig gerecht van snijmoes gegeten, een risotto met snijmoes en geitenkaas, dat was een supergerecht.

Vertel eens iets over die fantastische baret?

Ja, dat is een Baskische baret. Ik heb er twee, één van tien jaar oud en een nieuwe. Je ziet bijna geen onderscheid. Ze zijn gemaakt van wol dat op een speciale manier uit elkaar wordt gehaald, en dan in elkaar gedraaid, getwijnd. Het betekent dat ze vrijwel waterdicht zijn. In de Pyreneeën, waar het heel veel regent, dragen ze hem wat voor op het hoofd, en ze trekken hem ietsje over de ogen zodat die beschermd zijn tegen de regen. Het zit lekker, 100 % ademend, en dat is op de tuin heel lekker. Hij waait ook niet af, zelfs bij het fietsen niet. Maar het fijnste ervan vind ik dat je er geen last mee hebt van de regen in je ogen, wat vooral prettig is als je een bril draagt. Je hebt zelfs een barettenmuseum tussen de Pyreneeën en Bordeaux, in Nay (zie www.museeduberet.com). Voor mij hoort die baret bij de moestuin. Ik houd wel van dit soort dingetjes. Volgens mij heb ik ook een uniek moestuininstrument hier, een hak, die gebruikt vrijwel niemand.

Een hak is een stevige steel, met een schop of steek die niet in het verlengde van de steel staat, maar er rechtop. Op foto's uit Afrika zie je mensen met een hak werken. Ik heb het voor het eerst gezien in de Eiffel, waar mensen tuinen hadden met stenen erin, en kleiige grond. Dus als de aarde iets droger wordt heb je al gauw harde, bonkige grond. Dat gebeurt hier ook. Als je na het spitten een paar hele droge dagen hebt, heb je al gauw baksteentjes op je tuin liggen die je niet snel klein krijgt. Het wonderlijke is: als je er met de hak een flinke tik tegenaan geeft stort de hele bonk uit elkaar en heb je weer heel gauw fijne grond. Binnen een half uur heb je een border van drie bij vijf bijna zaaiklaar. Hij is ontzettend handig bij een grof vervuild landje. Je gaat er met de hak overheen en die roomt het als het ware af als je hem er goed inslaat, precies drie, vier centimeter diep. Ik heb hem in de Eiffel gekocht. En ik heb hem afgelopen week op de Beestenmarkt in Leiden in een ijzerwarenzaak gezien, waar je ook wat ouderwets handgereedschap kan kopen.

Ik werk ook graag met de grote zeis, dat is ook vanuit een soort heimwee. Zoals ik van die baretten hou, hou ik ook van mooi gereedschap, en ik hou ervan om er iets mee te doen.

Wat vind je van de vereniging?

Ik vind het een heel goede vereniging omdat mensen heel fatsoenlijk met elkaar omgaan. Je weet dat iedereen andere normen heeft, en andere dingetjes moet en belangrijk vindt. Dus een vereniging kan een bron van gedoe en onvrede zijn. En ik vind dat we dat hier niet hebben. Ik weet best dat er zo nu en dan wat speelt, maar ik vind dat er al jaren op een uitermate verstandige manier bestuurd wordt. Je zit er namelijk in je vrije tijd niet op te wachten om in een verenigingsstructuur terecht te komen waar je de irritaties van je werk nog eens een keertje dubbel over je heen krijgt. Heel veel mensen zitten hier om gewoon fijn te tuinieren, voor hun rust en om zichzelf te zijn. En met name dat getut rond persoonlijke normen dat belast mensen vaak irrationeel sterk. En daar wordt hier fantastisch mee omgegaan.

En het is ook niet een bestuur dat niets wil. Er zijn duidelijke regels. Men weet waar grenzen liggen en hoe er voor gemeenschappelijke zaken gezorgd moet worden. Dat is allemaal heel helder. Maar er wordt op een hele verstandige manier gecommuniceerd.

Er is maar één ding wat ik jammer vind, en dat is dat we geen kweekkasjes hier mogen hebben. Als je allemaal identieke kasjes neemt, zoals op een complex in Leiderdorp, dan wordt het ook geen rommeltje. Dat zou ik aardig vinden. Maar ik weet dat het op bezwaren stuit.

De gezamenlijk activiteiten vind ik ook heel leuk, daar doen we graag aan mee.

Nog diepzinnige gedachten over tuinieren?

Ik denk dat het gewoon aan de oppervlakte ligt. Alle levensbeschouwelijke gedachten, religieus en wijsgerig, zijn manieren waarop we communiceren over onze onmiddellijke ervaringen. Over jouw bestaan als mens, over de beleving van jezelf in jouw context, in de natuur. Bij tuinieren is onmiddellijk ervaren aan de orde. Van het denken op zich word je niet zoveel wijzer, als denken een eigen leven gaat lijden. Het is heel belangrijk voor mij dat mijn denken, mijn reflectie, voortdurend geijkt wordt door mijn onmiddellijke ervaring. Dus ik denk dat tuinieren voor mij een belangrijke vorm van meditatie is, je zet je gedachten eens een keer stil of je probeert de dwang die daarvanuit gaat eens te beperken. Of je legt allerlei andere dingen even stil.

Tuinieren heeft te maken met onmiddellijk ervaren van je bestaan, het is pre-rationeel. En ik denk dat het zo oorspronkelijk is dat het voor mij als norm functioneert bij het nadenken over dingen. Ik denk dat die ervaring die nog geen woorden heeft maar wel en bepaald bewustzijn in jezelf je voortdurend helpt om met mensen de ware dingen te ontdekken. En veel ingewikkelder zou ik het niet willen maken. Ik hoop dat ik hier heel oud ga worden.

27 mei 2006 - Irene de Vet en Kiki van Beelen