Contact
Aanmelden moestuin
Zoek in
naar
Interview met Vera Boogert

 

Verschenen in de Warmoezenier van juni 2007

 

Dit keer zijn Irene en ik terechtgekomen bij Vera Boogert. Ze heeft een tuin op het oostveld. Wie Vera een beetje kent, weet dat ze geweldig kan koken. Ik herinner me een lunch van vorig jaar, op een zonnige dag, met culinaire hoogstandjes. Ze deelt gul van wat haar tuin opbrengt, en wat opvallend is, is de vanzelfsprekendheid waarmee dit gaat. Zou ze geen restaurant willen beginnen? Vera vertelt dat ze daarvoor alle papieren heeft. Maar wanneer het daarvan komt moet het wel kleinschalig zijn. Tijd voor een nadere kennismaking.

Kan je jezelf voorstellen?

Nou, ik ben Vera Boogert, ik woon in Leiden, ik werk bij Zorg & Zekerheid, ik ben 52, ik ben getrouwd met Hans en ik woon in de Stevenshof.

En hoe ben je hier terechtgekomen?

Via het internet. Hans had dit adres op internet gevonden, toen zijn we hier gaan kijken.Toen ik aankwam, vanaf de brug... er stond een wind! En het was koud! Ik dacht: Dat is niks voor mij. Maar ik ben in Voorschoten geweest, en in Oegstgeest. Daar vond ik het niet gezellig en knus. Hier was het gelijk: moet je een bakkie; ik kreeg een rondleiding... dat vond ik wel leuk. Toen dacht ik: hier ga ik zitten. Dus in eerste instantie trokken vooral de mensen mij aan.

Ik begon de tuin samen met een vriendin die in Sassenheim woonde, en we hebben echt iets gevonden wat tussen Sassenheim en de Stevenshof inlag. Ik ben begonnen op een tuin in de andere hoek, maar daar had ik veel te veel slootkant om schoon te maken, er zat knolvoet in de grond, en ik vond het ook geen gezellige plek. Ik hoorde dat Ton Geul wegging. In principe wilde ik alleen zijn tuin met vruchtbomen hebben, maar ja, toen kreeg ik alles. Dus ik ging van 200 m² naar 300 m².

Had je al eerder een moestuin gehad?

Nee, het idee was om met de afdeling een tuin te nemen, met zes mensen, uiteindelijk werden er dat maar twee, en nu is er nog maar een over. Ik tuinierde wel altijd al thuis. Ik heb een broeikas thuis, ik was altijd al bezig met plantjes, elk jaar veranderde ik mijn hele tuin weer. Maar op een gegeven moment wordt het veel te klein; je wilt steeds meer.

De tuin die ik hier heb is groot genoeg. Om die helemaal in mn eentje bij te houden is erg veel werk. In mijn vakanties kom ik zo'n beetje om de dag, ik ben er rond de koffie en ik blijf tot een uur of vijf. Ik probeer met bloemen toch wat minder spitwerk te hebben, dat scheelt wel. Op dit moment heb ik een pioenrozenstuk. Maar ja, je komt altijd plek tekort, voor alles. Ik loop altijd met mn bakkie met zaailingen van de ene kant van mn tuin naar de andere en dan is er nog steeds niks geplant.

Ik werk met een tuinplan, ik ben nu al bezig met mijn tuinplan voor volgend jaar. Ik houd bij waar ik iets heb neergezet en soms zet ik er spontaan iets in en ik houd de teeltwisseling bij. Ik zet geen aardappels meer, daar groeit zoveel onkruid tussen! Daar heb ik teveel ergernis van.

Wat vind je je grootste succes hier?

Ja, toch wel mijn hele oogst. Vorig jaar had ik 30 kilo aardbeien en 60 kilo bessen. De opbrengst houd ik ook een beetje bij. En dan heb ik thuis in mijn kas ook nog fruit, tomaten, paprikas, Spaanse peper. Dat doet het hier natuurlijk niet echt goed.

Hier heb ik aan fruit: peren, appels, pruimen, druiven, een heleboel aardbeien, frambozen, zwarte bessen, rooie bessen, witte bessen, hazelnoot, Josta bessen, bramen, kruisbessen, perzik, appel en nu vergeet ik vast nog wel iets. Ik geef heel veel weg en van de rest maak ik sap dat ik in plastic flesjes in de vriezer leg. Elke dag haal ik er een paar flesjes uit, die neem ik mee naar mijn werk en daar gaat het gretig op.

Dus daar deel je ook weer van uit?

Ja.

Heb je nu nog in je vriezer van vorig jaar?

Nee, want ik ga dan op een gegeven moment actie voeren: Nu moet het op! en dan gaat mijn collegaatje de hele gang rond. De lege flesjes spaar ik zelf, maar die spaart ook iedereen voor me. Ze komen allemaal met flesjes en potjes en bakken.

En hoe maak je die fruitsappen?

Gewoon het pure fruit met een heel klein beetje water, want anders brandt het aan, en dan een beetje suiker als dat nodig is, net niet de kook erover, en dan afkoelen en zeven. Ik ben er thuis dus ook heel veel mee bezig. Vorig jaar een keer, toen kwam Hans me halen want ik had een kruiwagen vol met groenten en fruit en toestanden. Mijn hele huis stond er vol mee, buiten, binnen, op zolder... Ik was zo bezig met voorbereiden en sap maken dat hij naar beneden kwam en vroeg: Gaan we eigenlijk nog eten?

Nu heb ik wel een heel stuk minder groenten gezet, bewust, om minder werk te hebben. Het is het vierde jaar dat ik hier tuinier. Wanneer je begint heb je nog geen goed idee van wat alles opbrengt, en dan heb je gauw teveel. Vooral bonen en dat soort dingen: je hoeft geen twee keer in de week bonen te eten. En uit de vriezer vind ik het niet lekker. Dus dan ga je daarvan minder neerzetten.

Welke groenten heb je staan?

Heel veel sla, dat zaai ik opnieuw om de maand, zon acht kroppen per keer. Nu heb ik vier verschillende maten. Bietjes, worteltjes, spitskool en broccoli, spruitjes, bonen natuurlijk, stambonen en stokbonen.

En in principe is het voor eigen gebruik, wat je aan groenten hebt staan?

Nou ja, ze komen meestal met zakken als er iemand komt, en dan gaan die gevuld weer mee. Maar in principe voor eigen gebruik, ja. Maar mijn collegas hadden gezegd: Je moet dit jaar wel courgettes zetten. Nou, toen heb ik ze er toch maar weer ingezet, en die neem ik dan weer mee.

Vorig jaar had ik eens in een keer 35 komkommers, daarvan heb ik eerst hier uitgedeeld, en de rest meegenomen naar werk. Maar ja, dat moest eerst op de fiets mee naar huis, daar moest ik het uitladen omdat het te warm was in de fietstassen, de volgende morgen moest ik ze weer in mn fietstassen doen, en toen ging ik naar werk, daar moest ik ze naar boven sjouwen en binnen vijf minuten waren ze weg. Toen heb ik gezegd: Jullie komen ze maar halen. En twee dagen later kwam ik hier weer en toen had ik er weer vijftien. Ik heb altijd heel veel oogst. T is vruchtbare grond ook. Ik doe heel weinig aan bemesting, wel tomatenmest en paprikas.

Ik doe wel veel aan combiteelt: dille bij de bonen, salie bij kool, dit bij dat, voor betere smaak en tegen de beestjes. Ik lees er veel over. Wanneer ik al iets lees, is het een tuinboek.

De vraag die nu in mijn hoofd gaat spelen is: Heb je nog een leven naast je tuin?

s Winters is het niet veel. Ik heb een hekel aan de winter en alles wat met de winter te maken heeft, behalve de vogels. Wel ben ik dan bezig met een kookboek maken van de dingen die in mijn tuin staan. Verder werk ik in de wintermaanden mijn tuinplan uit en bestel ik mijn zaden.

Ik leef echt s zomers, ik ga heel graag op een terrasje zitten, uit eten, en dat soort dingen. Dat is heel goed te combineren met een tuin. En als het een keer slecht weer is vind ik het heerlijk om eens een hele dag te koken. Ik maak zelf ook mijn azijn, en mijn pesto en dat soort dingen, ja, dat vind ik leuk.

Denk je nooit aan een restaurantje beginnen ofzo?

Ik heb wel al mijn diploma's, dus wie weet. Ik heb er wel eens aan gedacht, het lijkt me inderdaad wel leuk. Maar dan heel kleinschalig, meer een huiskamerrestaurant.

Intussen ligt Donald, de tuineend, relaxed in de buurt.

Ja, als ik aardbeien aan het schoonmaken ben komt hij er ook bij. Donald kwam vorig jaar aanlopen met Mankie, zijn vrouwtje. Mankie is dood. Ik noemde hen eerst Mankie en zijn vriendje. Maar Zijn vriendje vond ik geen leuke naam omdat ik zelf ook Vriend heet van mijn meisjesnaam, dat was een beetje gek. Dus toen heb ik hem Donald genoemd. En hij luistert! Als ik er ben is hij er ook. Ik heb altijd wat te eten voor hem, anders hou je hem natuurlijk niet.

Geldt dat voor Hans ook?

Ja, die geef ik ook goed te eten. Hij komt wel eens kijken maar ja, hij heeft zijn eigen hobbys en hij vindt het leuk dat ik het hier zo naar mijn zin heb. Soms vraag ik: zal ik een dagje thuisblijven? Maar voor hem hoeft dat niet. En als ik s morgens op mijn bed lig komt hij wel eens met: De voorspellingen zijn goed hoor, als ik jou was zou ik vandaag naar de tuin gaan.

Je bent dus wel tevreden dat je hier zit?

Ja, ik vind het gezellig met bijna allemaal aardige mensen. Met sommigen heb je natuurlijk meer contact dan met anderen. Die lunch van vorig jaar; dat zijn toch wel de leuke dingen. Je kan hier ook altijd je verhalen kwijt over tuinieren, iedereen is daarin geïnteresseerd. Nou heb ik wel heel veel vrienden die ook tuinieren, die komen ook altijd helpen, maar ik zie ze alleen bij de oogst.

Maar ik vind het heerlijk, lekker wroeten in de aarde. Schoffelen vind ik niks aan, geef mij maar zo op de grond zitten en wieden. Elk jaar heb ik ook wat anders. Vorig jaar had ik een tomatentic, nou heb ik een pioenrozen- en dahliatic. Ik weet niet hoeveel dahlias en lelies staan er nu in de tuin.

Volgend jaar heb ik weer wat anders. Als ik een zadenboekje krijg ga ik zitten kijken, en van alles bestellen, en dat vind ik zo heerlijk. Ik heb eens gehad dat er in een week vier pakjes kwamen. Toen had ik zoiets van: Jeetje, waar ga je dat nu in Godsnaam allemaal weer neerzetten? Dus ik probeer me nu bij twee adressen te houden.

Wat is je meest gehate onkruid?

Waar je eigenlijk het meeste last van hebt zijn die witte windes, maar ik vind het ook heerlijk om het er tussenuit te pulken, dus het is ook wel weer haat-liefde. En heermoes natuurlijk ook wel, maar die kan ik ook niet echt haten.

Wat vind je van het complex en de vereniging?

Ja, wat ik vervelend vind is dat toen ik hier kwam er toch wel bepaalde beloftes gedaan zijn over de composthoop. Ik woon hier natuurlijk 7½ kilometer vandaan, dus om dat steeds mee te nemen is wel bewerkelijk. Dat is ook doorslaggevend geweest met de keuze voor dit complex, want bij die andere moest je je tuinafval ook meenemen. En Ton en Arie deden de slootkant, maar die gingen weg en toen was dat over.

Dat vind ik toch wel jammer. Nu neem ik als ik kom twee vuilniszakken mee, die ik hier in de container bij de haven gooi, of soms ook wel mee naar huis neem. Straks als ik met mijn oogst naar huis ga ga ik compostbakken gebruiken, en dan red ik het wel daarmee.

Je zit ook met dingen vervoeren. Kijk, je kan geen grote zak aarde meenemen op je fietsje. Dat vind ik wel jammer, dat je dat hier geen dingen kan kopen of bestellen. Voor mijn part via een intekenlijst, dat je bijvoorbeeld drie keer per jaar een bestelling kan doen, en dat het naar het complex vervoerd wordt. Want je wilt ook niet altijd een beroep doen op iemand anders. Ik heb bijvoorbeeld turfmolm gehad, vier van die grote zakken, en thuis doe ik dat in kleine zakjes, dat vervoer ik in mijn fietstas. Nu ben ik weer met kokosdoppen bezig, als mulchlaag onder mijn fruitbomen. Dat houdt het onkruid een beetje tegen en het houdt het vocht goed vast. Maar het is ontzettend duur. En het vervoeren in die fietstassen is bewerkelijk, want mijn wijntje en mijn etenswaren moeten natuurlijk ook allemaal mee.

Maar ja, dat de autos hier niet dichtbij kunnen komen is dus een nadeel maar ook een voordeel, vanwege de rust. Misschien moet je een of twee keer per seizoen de mogelijkheid krijgen met je spullen naar de haven te komen, en die te laten vervoeren met de tractor. Verder is het hier een schitterend complex, het is net een paradijs.

We krijgen als afsluiting een rondleiding over Vera haar tuin. Alles is goed bijgehouden. Donald krijgt nog een boterham, en wij krijgen een bakje met zaailingen van stokrozen mee. ‘Het bakje wel graag terug hoor!’

Dag Vera, bedankt!

26 mei 2007 - Irene de Vet en Kiki van Beelen